03 oktober 2004, 23:32

Politie wist van ontvoering kinderen Warenberg

>door Ron Couwenhoven
De Telegraaf, zaterdag 2 october 2004


’Kinderjager’ Anselmo Llobera onthult jaar na zijn geruchtmakende ’roof’ van Constance en Philip Warenberg:

Een jaar geleden ontstond grote commotie in Nederland en België toen twee kinderen van de Utrechtse Conservatoriumpianist Alexander Warenberg op 18 september op klaarlichte dag werden ontvoerd, terwijl de vader ze naar school reed. Een dag later werd in Rijswijk Anselmo Llobera (36) gearresteerd in verband met deze ontvoering, die een gevolg was van een jarenlange verbitterde strijd tussen de gescheiden ouders. Nu – een jaar later – erkent de Rijswijker ruiterlijk dat hij de radeloze moeder, die de ouderlijke macht had over de kinderen, hielp bij het ’terughalen’ van haar kroost. Maar hij onthult voor het eerst ook een uitzonderlijk detail: „De Nederlandse politie was van tevoren op de hoogte van de actie, maar men heeft mij nooit gewaarschuwd dat dit als ontvoering zou worden gezien.”

Alexander Warenberg, pianist bij het Conservatorium in Utrecht, en zijn twee kinderen Constance (10) en Philip (7) hadden hun woning in het Belgische Hamont- Achel woensdagochtend 18 september 2003 nog maar nauwelijks verlaten, toen vier auto’s hen klemreden op de hoek van Merelstraat en de Leeuwerikstraat. Er sprongen zeven mannen uit, van wie er vier gemaskerd waren, die de twee kinderen uit de auto haalden. Ze hielden de ontstelde vader vast door een deur tegen zijn been te duwen en prikten de voorbanden van zijn wagen lek.
Binnen twintig seconden was de hele operatie voorbij. De vier auto’s scheurden vol gas richting Nederland. Niet alleen Hamont-Achel, een dorpje net over de grens ten zuiden van Eindhoven, bleef ontsteld achter. Heel Nederland en België waren die dag in rep en roer over de brutale ontvoering.
Daags erna al werd in Rijswijk de 35-jarige Anselmo Llobera gearresteerd. Nu – een jaar later – is nog steeds niet duidelijk of hij aan België zal worden uitgeleverd of in Nederland zal worden berecht, zoals de uitleveringskamer van de Haagse rechtbank de minister van Justitie al in november 2003 adviseerde.
Hoe wist de politie zo snel wie de daders van de schokkende ’kinderroof ’ waren?
Dat was heel simpel”, onthult de verdachte zelf, die de actie zelf ongemaskerd leidde. „In de eerste plaats was de politie op de hoogte van de ophanden zijnde actie. Men heeft mij die niet afgeraden. Bovendien ging ik er met mijn eigen auto en drie op mijn naam gehuurde auto’s naartoe. Het ging hier ook niet om een ontvoering, maar om het terughalen van kinderen die door de vader aan de ouderlijke macht van de moeder werden onttrokken. De moeder was bij de actie aanwezig. Er was geen enkele criminele bedoeling. We hielpen alleen een radeloze moeder, nadat de vader op 20 februari 2002 al door de Haagse rechtbank was gesommeerd de kinderen naar haar terug te brengen op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag met een maximum van 500.000 euro. Maar hij weigerde gevolg te geven aan deze ondubbelzinnige uitspraak.”

Donderdag 19 september werd Llobera om half acht ’s ochtends met veel geweld door een arrestatieteam in zijn woning aangehouden. De zaak leek opgelost, maar de politie zat wel met een ernstig probleem. Want Llobera onthulde tijdens zijn verhoor dat hij al weken voor de actie overleg had gehad met twee experts van de politie op het gebied van kinderontvoeringen als gevolg van huwelijksdrama’s.

Expert
Dit waren hoofdinspecteur Carlo Schippers, de voornaamste expert op dit gebied in Nederland, die bij de Koninklijke Landelijke Politiedienst in Zoetermeer werkt. Hij was toen hoofd van de afdeling Vermiste Personen. De andere rechercheur was Jan Otter van de afdeling Jeugd- en Zedenzaken van het politiekorps in Zwolle. Beiden hadden een uitstekende staat van dienst. Talloze keren werden zij geconfronteerd met kinderontvoeringen binnen gestrande huwelijken en meestal stonden ze machteloos, omdat de kinderen naar het buitenland werden gebracht. Hoe hard dat aankomt – ook bij de betrokken politiemensen – verwoordde rechercheur Otter in april 2003 al in een interview over het onderwerp in het Recherche Magazine, nota bene het vakblad van de politie zelf. Hij vertelde toen over zo’n zaak in Bangladesh. Daarin zorgde Anselmo Llobera als particulier – met steun van de politie – voor de repatriëring van twee ontvoerde kinderen. Zijn naam werd in het artikel overigens niet genoemd. Interviewster Astrid van den Bergen stelde: „Sommige particuliere onderzoekers halen kinderen desnoods terug via hetzelfde middel waar ze mee weggehaald worden: ontvoering.”

Rechercheur Otter antwoordde: „Persoonlijk zie ik daar niets verkeerds in.” En zijn collega Wolter Hulleman vulde aan: „Je kunt aanbevelingen doen, al zijn die niet altijd politioneel. Je kunt niet zeggen: pleeg een strafbaar feit. Maar je kunt wel aangeven dat de mogelijkheden er zijn. Soms moet je even van pet wisselen. Ik ben ook vader, ik kan mij voorstellen dat je best ver wilt gaan om je kinderen weer terug te zien.”

„Ik kende Schippers en Otter al uit andere zaken waarin ik gewerkt heb”, zegt Llobera. „In 1999 werden mijn eigen drie kinderen ontvoerd door hun Dominicaanse moeder. Na anderhalf jaar slaagde ik erin ze uit een kindertehuis in de Verenigde Staten te halen. Zo rolde ik in deze schrijnende wereld vol echtelijke drama’s, waarbij altijd weer de kinderen de dupe zijn van felle strijd. Ik haalde in totaal negen kinderen terug naar ouders die het wettelijk gezag hadden.”
Llobera richtte daarvoor het bureau Kidhunters & Associates op, dat hij later – en volgens hem op advies van het ministerie van Binnenlandse Zaken – omdoopte in Llobera & Associates. Het bureau had geen enkele officiële status, maar kon wel rekenen op stevige steun van de experts bij de politie. De radeloze ouders die hij hielp, waren er zonder uitzondering blij mee en gaven hem schriftelijke dankbetuigingen. Ook de Nederlandse ambassadeur mr. IJzermans in Bangladesh was zeer tevreden over zijn bemoeienis en schonk hem een boek met opdracht als dank voor zijn uitstekende werk. In dit land opereerde Llobera bovendien met een document, dat hem door het bureau Strategic & Legal Affairs van Interpol Nederland was verstrekt. Volgens Llobera na bemiddeling van hoofdinspecteur Schippers en diens collega Eppo Mol, een Interpolagent.

De onthullingen tijdens zijn verhoor leidden ertoe dat de landelijke korpsleiding van de politie het eigen Bureau Veiligheid & Integriteit in Driebergen opdracht gaf tot een diepgaand onderzoek. Daarin trad Anselmo Llobera op maandag 22 december 2003 als getuige op. Hij ging uitgebreid in op vijf acties waarbij hij betrokken was, en die in België in het bijzonder.
Llobera verklaarde daarbij: „Ik ken Carlo Schippers vanaf 1999. Ik weet dat hij bij het Korps Landelijke Politiediensten werkt. Ik begrijp dat hij hoofd is van de afdeling Vermiste Personen. Vanuit zijn functie heb ik in al die zaken, waarin ik kinderen heb teruggehaald, met hem contact onderhouden. Ik wil niet spreken van ’ontvoering’, omdat het steeds het terughalen van kinderen betreft, die onwettig in het buitenland verbleven. Doordat Schippers mij nooit gewaarschuwd heeft voor de consequenties van de actie ging ik achteraf met een vals gevoel van veiligheid naar België.”
Volgens Llobera lichtte hij Schippers steeds in hoe de kinderen terug naar Nederland waren gebracht. Dat gebeurde ook in de Belgische affaire.

„Zodra wij de grens over waren met moeder en kinderen heb ik hem gebeld”, zegt Llobera nu. „In de loop van de dag ontstond er geweldige commotie, waarop Schippers ’s avonds mijn toenmalige advocaat belde en er afgesproken werd dat de kinderen de volgende ochtend om 11 uur aan de politie zouden worden getoond, zodat men wist dat er niets met ze aan de hand was en dat ze het goed maakten. Maar tot mijn stomme verbazing werd ik in plaats daarvan om zeven uur ’s ochtends van mijn bed gelicht.”
In zijn getuigenverklaring voor het Bureau Veiligheid & Integriteit zei Llobera: „Een aantal weken voor die achttiende september had ik al per email contact met Carlo Schippers over deze zaak. Ik had hem verteld dat ik de ’snatch-methode’ zou gebruiken. Daarbij worden de kinderen van straat afgehaald als andere methoden zijn uitgeput. Dit was nodig omdat de vader de moeder had gedreigd dat, wanneer zij pogingen zou ondernemen om de kinderen terug te halen, hij zou doorvluchten met de kinderen naar de Oekraïne. Ik heb Schippers ook verteld dat wij de auto van de vader met daarin de kinderen in België zouden ’blokkeren’, waarmee ik bedoel: geweldloos klemrijden en het geweldloos overdragen van de kinderen aan de moeder, die daarbij aanwezig zou zijn. Schippers heeft mij dat niet afgeraden. Hij heeft mij niet gezegd dat, als ik dit zou doorzetten, ik mogelijk in België of Nederland zou worden aangehouden.”

Met betrekking tot Jan Otter, die hij leerde kennen in de Bangladesh-zaak, verklaarde Llobera dat deze rechercheur hem adviseerde over de wijze waarop de auto van de vader moest worden gestopt. Llobera zegt: „Otter gaf advies een kleine aanrijding te simuleren. Het moest een licht tikje zijn.” Opmerkelijk in deze ontvoeringszaak is dat, ondanks de gerechtelijke uitspraken waarbij het ouderlijk gezag van de moeder werd vastgesteld, de kinderen weer bij de vader zijn. Maar nu wel met een bezoekregeling voor de moeder. Even opmerkelijk is het dat alleen Anselmo Llobera werd aangehouden en in staat van beschuldiging werd gesteld. De moeder en de medewerkers bleven buiten schot.

„De moeder was opdrachtgever, maar werd nooit gearresteerd, terwijl ze in Hasselt wel twee keer als getuige werd gehoord”, zegt Llobera. „Ik heb nu nog steeds een dreigende uitlevering naar België boven mijn hoofd hangen en blijf als enige aan de pan hangen. Ik geef toe: ik had geen eigen rechter mogen spelen. Wat me verschrikkelijk ergert, is dat de politie zich afzijdig houdt, terwijl men volledig op de hoogte was van de komende gebeurtenissen.”

Zijn raadsman is de bekende Limburgse strafpleiter mr. Theo Hiddema. Hij zegt: „Deze zaak heeft talloze ongepaste kanten. De opdrachtgeefster is niet gearresteerd. Waarom wordt Llobera niet hetzelfde behandeld als zij? Er is in mijn optiek trouwens geen sprake van ontvoering, maar van een bevrijding. De kinderen werden wederrechtelijk vastgehouden in België en teruggehaald in opdracht van het wettig gezag. In dit geval de moeder, die erbij aanwezig was. Het advies dat de Haagse rechtbank heeft gegeven is uniek. Men heeft met nadruk de minister geadviseerd het uitleveringsverzoek te laten intrekken en de vervolging in Nederland te laten plaatsvinden.”
Daarvan is bij de rechtbank van eerste aanleg in Hasselt overigens niets bekend. Een woordvoerder van het kabinet van onderzoeksrechter L. Jans weigerde elk commentaar op de zaak, maar liet wel weten: „Het uitleveringsverzoek ligt er nog steeds. Van een advies om de zaak in Nederland voor de rechter te brengen weten wij niets af.”
Wat er gaat gebeuren met Anselmo Llobera is nog steeds onduidelijk. Het ministerie van Justitie deelde deze week mee dat er door minister Donner in deze zaak inmiddels een beslissingis genomen. Men wil er niet over uitweiden, omdat de zaak nu weer bij de officier van justitie ligt. Persofficier mr. E. Boerma: „Wij kunnen u momenteel niets over deze zaak zeggen.”

Geheimzinnig
Waarom er door justitie zo geheimzinnig wordt gedaan is onduidelijk. Ook is niet duidelijk wat er verder is gebeurd met de twee politiemensen. Het bureau Voorlichting van de KLPD in Driebergen zwijgt ondanks drie verzoeken om inlichtingen in alle talen, maar op 16 juni van dit jaar kreeg Anselmo Llobera wel een brief van korpschef P.J. van Zunderd, die namens de minister schreef: „Uit oogpunt van privacy en gelet op de aard van het op mijn verzoek verrichte onderzoek krijgt u geen kopie van het onderzoeksrapport, noch van de door mij getrokken conclusies, genomen besluiten en getroffen maatregelen.”

En de kinderen Warenberg? Hoe reageerden die op de ontvoering?
Anselmo Llobera zegt: „Ze schrokken natuurlijk hevig toen wij ze uit de auto van hun vader haalden, maar achttien seconden later zaten ze in de auto naast hun moeder. Toen riepen ze gerustgesteld: ’Hoi, mam. Cool zeg!’”

SOS Papa tekent hierbij aan:
De kinderen raakten ernstig getraumatiseerd en willen sindsdien hun moeder eigenlijk niet meer ontmoeten. Zij zien haar driewekelijks enkele uren onder begeleiding van Jeugdzorg.

Reeds voordat de kidnap plaats vond hadden wij een vermoeden dat moeder een innig samenwerkingsverband met de (kennelijk corrupte) politie had. De kinderen stonden namelijk ineens vermeld in het internationale opsporingsregister, maar dit was geheel ten onrechte, aangezien zij legaal bij hun vader verbleven. Zowel SOS Papa als de door de rechtbank benoemde voogd van de kinderen trokken daarop bij het Corps Landelijke Politiediensten aan de bel, met het dringende verzoek om de kinderen uit dat opsporingsregister te halen, aangezien hun vermelding daarin volstrekt onrechtmatig was. Voogd en SOS Papa werden echter door de KLPD onbeschoft afgepoeierd. Daarop hebben wij de minister aangeschreven, die evenwel niet reageerde. Daarnaast vroegen wij Kamerleden om hierover vragen aan de minister te stellen, maar ook zij reageerden niet.

Direct na de kidnap hebben wij de minister verzocht te verklaren of zijns inziens de moeder wel of niet strafbaar had gehandeld (wij hadden het bewijs dat moeder aan de ontvoerders de opdracht tot de ontvoering had gegeven, die daarvoor overigens een zeer fors bedrag bij haar in rekening brachten. Ook kregen wij enkele uren na de ontvoering een tip uit het milieu over de identiteit van de ontvoerders, die wij direct doorgaven aan de Belgische politie).
De Nederlandse minister antwoordde ons na maandenlang dralen dat dit een zaak is van het Openbaar Ministerie dat zijn eigen afwegingen en prioriteiten terzake maakt.

Komen die Kamervragen er nu alsnog?


Geplaatst door SOS Papa op 03 oktober 2004, 23:32 | Reageer (0)

Reacties (0)