19-09-2003
geactualiseerd 03-10-2003 16:00 (kik hier)
Kinderen Warenberg op brute wijze
ontvoerd: kinderrechter verantwoordelijk
De
kinderen Constance (10) en Philippe (7) Warenberg zijn op 18 september rond
08:45 op brute wijze in opdracht van hun moeder ontvoerd door een criminele
bende. Zij werden door hun vader in Hamont (België) met de auto naar school
gebracht toen vlak bij de school deze auto werd klemgereden door diverse
andere voertuigen. Een achttal gemaskerde mannen hielden de vader voorin de
auto in bedwang en sleurden de twee kinderen van de achterbank. Binnen
twintig seconden verdwenen zij met de kinderen in hun eigen voertuigen met
hoge snelheid richting centrum Hamont. Het derde kind (Tim) ontsnapte aan de
overval omdat hij toevallig ziek thuis was achtergebleven.
Door
het geschreeuw van de kinderen en vader werd de omgeving gealarmeerd terwijl
de overval nog gaande was, zodat enkele kentekens werden genoteerd. Ook werd
een vriend van de zwager van moeder herkend die zich al enige tijd in de
omgeving had opgehouden.
Rond 10:00 kreeg SOS Papa een vertrouwelijke tip over de mogelijke daders
van deze brute overval, waarna door ons onmiddellijk de Belgische recherche
werd ingelicht. Ook informeerden wij de recherche in België en Nederland dat naar onze inschatting de kinderen bij
hun moeder in levensgevaar zouden kunnen verkeren en dat behoedzaamheid bij
arrestaties dus geboden was teneinde hun levens niet verder in gevaar te
brengen. Daarnaast gaven wij als onze inschatting dat de kinderen zich
heftig tegen hun moeder zouden verzetten zodat de situatie al snel
onhoudbaar zou worden zodra moeder de kinderen bij zich zou hebben.
Rond
13:00 ontving de Belgische politie een anoniem telefoontje dat de kinderen
"veilig" bij moeder zouden zijn.
In
de nacht van 18 op 19 september werden de belangrijkste direct betrokkenen bij de
overval door de politie gearresteerd. In de vroege ochtend van 19 september raakte de
Nederlandse politie bekend met de
verblijfplaats van de kinderen en hun moeder.
Geactualiseerd
22-09-2003 11:00
De
Nederlandse politie weigert sinds 19 september de voogd van de kinderen tot de kinderen toe te
laten. Ook is sprake van fricties tussen de Belgische en Nederlandse politie
terzake van het onderzoek naar de overval op 18 september.
Geactualiseerd
22-09-2003 23:10
De
voogd van de kinderen heeft de politie op 22 september verzocht de kinderen
op te nemen in het opsporingsregister (!), aangezien de politie nu reeds
drie dagen weigert aan de voogd mede te delen waar de kinderen zich
bevinden, laat staan dat men de kinderen aan hem overdraagt, zoals hij
verzoekt.
Carlo
Liefting, de advocaat van vader, heeft op 22 september de minister van
justitie verzocht om onmiddellijk persoonlijk in te grijpen.
SOS
Papa heeft om 17:30 een persbericht gezonden
aan alle nieuwsmedia
Geactualiseerd
28-09-2003 23:15
De voogd heeft inmiddels met de kinderen kunnen spreken. Zij hebben hem
een brief gegeven met het verzoek die aan de rechter te geven.
De Belgische rechter wacht momenteel af wat op 3 oktober door de Nederlandse
rechtbank zal worden besloten. De voogd en de raad voor de kinderbescherming
zullen op 3 oktober aangeven dat de kinderen zo snel mogelijk weer naar
Hamont dienen terug te keren (zoals zij eerder al aangaven dat de kinderen
daar dienden te blijven).
De school van de ontvoerde kinderen in Hamont organiseert op 29 of 30
september een solidariteitsbijeenkomst voor de kinderen.
Inmiddels is ook bekend dat de moeder tijdens de overval in de kofferbak van
één van de ontvoerders verbleef. Zij maakte dus deel uit van de bende die
de kinderen overviel.
Geactualiseerd
03-10-2003 16:00
Tijdens een rechtzitting op 3 oktober hebben beide ouders en hun
advocaten op verzoek van de rechtbank een verklaring ondertekend dat zij geen mededelingen aan derden zullen doen over
hetgeen heden ter zitting is afgesproken en besloten. De zitting is om 15:30 geschorst en zal worden voortgezet op 31 oktober
2003.
SOS Papa tekent hierbij aan:
Dit soort onder
dwang en binnenskamers opgelegde overeenkomsten ("als u niet tekent,
dan....") dienen uitsluitend
het belang van de rechtbank. Men blijft dan namelijk gevrijwaard van
kritiek op het eigen functioneren. Dat terwijl alle rechtspraak openbaar
dient te zijn. De aan
de ouders en advocaten opgelegde overeenkomst
is daarnaast in strijd met het recht op vrije meningsuiting.
Op deze manier kan men als rechter doen wat in
het hoofd opkomt: iedere publieke controle ontbreekt dan. Steeds vaker klinkt de verzuchting
bij rechters, jeugdzorg, inspectie en zelfs de minister van justitie 'dat
openbaarheid de belangen van de betrokken kinderen schendt'.
Onze ervaring
is tegenovergesteld. Openbaarheid leidt
tot het alsnog toepassen van wettelijke regels en het voldoen aan
vastgestelde eisen van
zorgvuldigheid. In alle gevallen waarin wij de afgelopen jaren die
openbaarheid hebben gecreëerd, hebben de betrokken kinderen daar direct
voordeel van gehad. Bovendien heeft het parlement, hebben de media en
heeft zodoende het publiek door die openbaarheid inzicht gekregen in de
ernstige gebreken bij de jeugdhulpverlening en de rechterlijke macht. Zonder
deze openbare democratische contrôle zouden deze gebreken niet worden
tegengegaan maar zouden zij, door niets en niemand gehinderd, juist
toenemen.
Het
is triest dat wij anno 2003 de Haagse rechtbank nog moeten uitleggen hoe
groot het belang van openbaarheid van (tussen)beschikkingen is en hoe
onterecht men dus "het belang van de kinderen" misbruikt om zijn
eigen functioneren buiten de media te houden.
De drie kinderen Warenberg hebben de overeenkomst overigens niet
ondertekend. En ook zij hebben anno 2003 een stem.
Achtergronden
bij deze zaak
Kinderrechter
is verantwoordelijk
De oorzaak van het ongehoorde drama dat de kinderen overkomt is Mr. Holtrop,
president van de rechtbank te Den Haag. Zoals wij reeds eerder
uiteen hebben gezet, heeft deze magistraat op 18 december 2002 geweigerd ook
maar op enigerlei wijze kennis te nemen van de uiterst beroerde omstandigheden waarin de kinderen reeds
anderhalf jaar bij hun moeder verkeerden; reden waarom zij weigerden nog langer
bij haar te verblijven en terstond bij hun vader wensten te blijven.
Rechter Holtrop maakte er een "zitting" van negen minuten van,
belemmerde vader het woord volledig, nam geen kennis van de stukken,
weigerde de kinderen te horen en veroordeelde vader tot een dwangsom van
5.000 euro voor iedere dag dat de kinderen niet bij moeder zouden zijn.
Daarna werd vader vrijwel letterlijk de rechtszaal uitgegooid. Dat zijn
advocaat op die ochtend verhinderd was, had voor Holtrop ook al geen
probleem gevomd en gezien het verloop van deze "zitting" begrijpt
men waarom.
Onder
het motto "vaders bestaan niet, maar onze voogden wel" had de raad
voor de kinderbescherming de rechtbank Den Haag in een eerder stadium al geadviseerd de
kinderen toch maar tegen hun wil bij de moeder te laten verblijven, doch hen daar wel
onder toezicht te stellen. Een idioot advies, want er was een normale vader
beschikbaar die de kinderen bovendien altijd al verzorgd had, totdat moeder
er in verwarde toestand mee aan de haal was gegaan. Vaders worden als ouder door de raad echter
bij voorbaat als irrelevant beschouwd. Je hebt moeders, je hebt voogden en
je hebt pleeggezinnen. Meer is er niet als het om de opvang en verzorging
van kinderen gaat.
Tot toeziend voogd werd door de rechtbank benoemd dhr. Van Zee (Jeugdzorg
Gouda). Deze laatste was er al na korte tijd van overtuigd dat de kinderen
bij hun vader dienden te blijven en het daar goed hadden. Ook de raad voor de kinderbescherming
sloot zich hierbij aan, nu men van de voogd had vernomen hoe de
werkelijkheid in elkaar stak, nadat de eigen raadsonderzoekers die
werkelijkheid vakkundig in hun eerdere "onderzoek" hadden verbloemd.
Terwijl
dit soort adviezen in 99% van de gevallen door de rechtbank wordt opgevolgd
indien het om de toewijzing van kinderen aan hun moeder gaat, wist de Haagse
rechtbank het nu dan toch ineens beter. Men achtte het advies van de voogd en
van de raad voor de kinderbescherming "onvoldoende onderbouwd" en
hield de verblijfplaats van de kinderen dus bij moeder. Dit terwijl de
kinderen weer op hun oude scholen in Hamont terug waren, daar hun bij moeder
opgelopen leerachterstanden inhaalden, hun eigen kamers in het ouderlijk
huis weer terug hadden, eindelijk weer voldoende werden verzorgd en bij
vader alweer negen maanden dolgelukkig waren.
De
rechtbank heeft nimmer willen luisteren naar de informatie dat de moeder van
deze kinderen waarschijnlijk lijdt aan de ernstige erfelijke ziekte van
Huntington die van grote invloed is op de psychische staat van degenen die
aan deze ongeneeslijke ziekte lijden. De rechtbank weigerde botweg
universitair medisch-deskundigen te horen die de rechtbank nader konden en
wilden informeren over deze ziekte en zijn gevolgen. Ingebrachte
schriftelijke stukken van deskundigen werden terug gezonden. Ook de raad
voor de kinderbescherming heeft deze problematiek altijd volstrekt
moedwillig genegeerd.
Toch
is ook deze brute kidnapping het direct gevolg van het feit dat de
moeder zeer ernstig in de war is: zelfs zodanig ernstig dat zij er niet voor
terug deinst voor een zeer fors bedrag beroepscriminelen in te huren om haar
eigen kinderen ernstig traumatische ervaringen te bezorgen.
Dat
het zover heeft kunnen komen, is een direct gevolg van de fnuikende
opstelling van rechter Holtrop en in zijn kielzog lagere (kinder)rechters
bij dezelfde Haagse rechtbank. Zij hebben zich nimmer bekommerd om de kinderen in
kwestie, maar hadden uitsluitend interesse in een prestigegevecht
hunnerzijds met de vader, die van zijn kant niets anders heeft gedaan
dan wat iedere ouder in zijn situatie zou doen en zou moeten doen: opkomen voor je kinderen
omdat de feiten rechtens uitwezen dat zij bij moeder ernstig werden
verwaarloosd, mishandeld en van hun vrijheid beroofd. Zelfs in zodanige mate
dat de kinderen zelf ten enen male weigerden noch naar hun moeder terug te
keren en zich bij vader thuis verschansten. Wat moet een vader in zo'n
geval? Zijn kinderen onder dwang naar moeder terug brengen?
Volgens dhr. Holtrop, president van de Haagse rechtbank, is dat inderdaad
wat vaders dan te doen staat. En doen zij het niet, dan verliest hij al zijn
reserve en bijt vader toe: "Meneer Warenberg, desnoods mag die
gevraagde dwangsom van mij nog honderd maal hoger zijn!" Einde zitting.
De
moeder valt niet veel kwalijk te nemen, gezien haar verwarde toestand. Mr.
Holtrop en zijn rechtbank zijn echter horende doof gebleven voor de
realiteit van de kinderen die men zorgvuldig diende te beoordelen en die nadrukkelijk
en goed gedocumenteerd onder hun aandacht
was gebracht.
Zoals voor de meeste kinderrechters in ons land geldt voor Holtrop kennelijk
het adagium dat men de moeder steunt indien de vader wat mankeert en dat men
de moeder steunt indien de moeder wat mankeert. Kortom, dat men in alle
gevallen "in het belang van het kind" dat kind op voorhand aan de moeder
blijft toewijzen, desnoods tot de dood van
dat kind er op volgt.
Zowel
in de zaak Rowena / Rochelle Rikkers als in de zaak Roermond heeft de
Inspectie Jeugdhulpverlening een onderzoek gehouden hoe het zo ernstig kon
misgaan. In beide onderzoeken is Jeugdzorg ernstig gekapitteld, maar werd de
kwalijke rol van de kinderrechter volledig buiten schot gelaten. De
inspectie verdedigt zich door te stellen "dat dat niet tot de
onderzoeksopdracht
van de minister van Justitie behoorde". Dat dankt je de koekoek: Jeugdzorg heeft daar in de zaak Rochelle
Rikkers dan ook terecht tegen geprotesteerd, een protest dat helaas
onvoldoende door de media en het parlement op zijn mérites is beoordeeld.
Het wordt de hoogste tijd de systematische aanpak en werkwijze van de Nederlandse
kinderrechters zeer grondig tegen het licht te houden. Op grond van
onze ruime ervaring bij zaken waarin kinderen zeer ernstig in de knel komen,
durven wij de stelling aan dat in de meerderheid van die gevallen de
kinderrechter de belangrijkste aanstichter is.
Zo ook hier.
Wat de kinderen Warenberg als gevolg van mallotige uitspraken,
ellenlange procedures, vooringenomen rechters en op hun strepen staande rechtbankpresidenten hebben
meegemaakt behoort bepaald niet tot de uitzonderingen, maar is exemplarisch voor de
staat van ideologische verblindheid die het familie- en omgangsrecht in ons
land helaas kenmerkt.
Politie
handelt onwettig: opdrachtgever onbekend
En dan nog wat: De kinderen Warenberg wonen sinds januari 2003 in hun
ouderlijk huis bij vader. Zij gaan weer naar school, muziek, ballet en
judo. Ze kunnen weer buiten spelen. Ze worden weer gewassen en goed gekleed.
Kortom, zij leiden weer een normaal leven. Vader heeft gewoon het ouderlijk gezag en iedereen weet waar zij zijn.
Toch verschijnen de drie kinderen in april 2003 ineens met foto en al in het
internationale opsporingsregister van het Korps Landelijke Politie Diensten
(KLPD). "Tros Vermist" neemt deze vermelding trouw over.
Uiteraard informeren wij de KLPD (en de Tros) direct over de verblijfplaats
van de kinderen (die men allang kent) en verzoeken wij namens de kinderen
zelf de KLPD dringend om contact op te nemen met de politie van Hamont,
die de kinderen juist actieve bescherming biedt nadat moeder in januari 2003
op hun schoolplein al een eerdere ontvoeringspoging deed, die toen
mislukte.
De woordvoerder van de KLPD antwoordt ons per e-mail dat de drie kinderen
als vermist in het opsporingsregister staan "omdat zij worden
onttrokken aan het ouderlijk gezag". Wij reageren direct door de KLPD
erop te wijzen dat "vermissing" werkelijk iets geheel anders is
dan "onttrekking aan het ouderlijk gezag" en dat van het laatste
bovendien geen sprake is aangezien de vader het ouderlijk gezag heeft.
Vervolgens antwoordt de KLPD ons "dat e-mail niet het meest geschikte
middel is om hierover te corresponderen" en dat men er verder het
zwijgen toe zal doen.
Nadien tracht ook de door de rechtbank benoemde toeziend voogd van de
kinderen de KLPD er van te overtuigen dat de vermelding in het
opsporingsregister volstrekt onjuist is en schadelijk is voor de kinderen.
Tegen hem zegt de KLPD dat hij zich maar moet wenden tot de politie van
Leiderdorp, die verantwoordelijk is voor de vermelding. Leiderdorp is de
woonplaats van moeder.
Welke agent in Leiderdorp heeft hier wetten en voorschriften op flagrante
wijze overtreden, en wat waren zijn motieven?
En waarom voerde de leiding van de KLPD geen correctie uit zodra men de
feiten kende? Men wil toch niet beweren dat een Leiderdorpse agent over de
KLPD kan regeren, zelfs als blijkt dat hij die KLPD staat te besjoemelen met
valsheid in geschrifte?
Kwam die opdracht om de kinderen in het opsporingsregister te plaatsen
eigenlijk wel van een agent uit Leiderdorp? Of bracht een gezaghebbend
telefoontoestel ergens in het gebouw van de Haagse rechtbank die suggestie
aan de KLPD over?
En een laatste vraag: baseren de criminelen die gisteren toesloegen zich
tijdens hun verhoor thans soms op het feit "dat zij de politie alleen
maar een dienst hebben willen bewijzen door kinderen die volgens de KLPD
werden vermist, aan hen terug te bezorgen"?
Als dat het geval is, kan dan door de nationale ombudsman of een andere
onanfhankelijke onderzoeker met spoed tot op de bodem worden
uitgezocht hoe die kinderen ooit in dat opsporingsregister terecht konden
komen?
Bestuur
SOS Papa
Maarten Legêne - secretaris
Persbericht
SOS Papa 22-09-2003 17:40
Politie weigert ontvoerde kinderen Warenberg over te dragen aan voogd
Zoals bekend zijn op 18-09-2003 rond 08:45 in Hamont (België) de kinderen Constance (10) en Philip (7) Warenberg door een bende op brute wijze ontvoerd.
Uit de berichtgeving in o.a. "Het Nieuwsblad" van 19-09-2003 is gebleken dat inmiddels wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat de moeder zelf opdracht heeft gegeven voor deze criminele actie.
De Nederlandse politie is sedert 19-09-2003 bekend met de verblijfplaats van de kinderen en hun moeder, doch weigert de door de rechtbank benoemde voogd van de kinderen de toegang tot de kinderen. De voogd wordt evenmin geinformeerd over de verblijfplaats van de kinderen en moeder.
Deze handelwijze van de Nederlandse politie is onbegrijpelijk, onwettig en uiterst schadelijk voor de kinderen.
Niet alleen verblijven zij nu bij degene die hen op brute wijze heeft doen ontvoeren terwijl zij door gebeurtenissen uit het verleden voor haar reeds geruime tijd een zeer grote angst koesteren, maar ook wordt hen op dit moment iedere vorm van slachtofferhulp onthouden die zij na de voor hen zeer traumatische ontvoering nodig hebben.
Zowel de voogd als de raad voor de kinderbescherming zijn van mening dat de kinderen zo snel mogelijk naar hun ouderlijk huis bij vader terug dienen te keren.
De advocaat van vader heeft zich hedenmiddag rechtstreeks tot de Minister van Justitie gewend met het verzoek om onmiddellijk in te grijpen middels een persoonlijke aanwijzing aan het Openbaar Ministerie.
(terug
naar boven)